AlgemeenMilieu

PGS 31. Een geheel nieuwe richtlijn voor gevaarlijke vloeistoffen in tanks

By 5 juni 2018 oktober 1st, 2018 No Comments

Op maandag 16 april 2018 is de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen 31 (verder PGS 31) verschenen. De PGS 31 vult een hiaat op ten aanzien van voorschriften voor de opslag van overige vloeistoffen, niet zijnde vloeibare brandstoffen, in ‘kleinere tankinstallaties’. De voorschriften uit de PGS 28, 29 en 30 waren hiervoor namelijk niet geschikt. De PGS 31 heeft als doel een aanvaardbaar beschermingsniveau voor mens en milieu te realiseren bij de opslag van gevaarlijke vloeistoffen in ondergrondse en bovengrondse tankinstallaties. Het vereiste beschermingsniveau hiervoor is bepaald op basis van de stand der techniek die geldt voor de bouwkundige uitvoering van opslagvoorzieningen, brandbestrijdingssystemen (betreffende een samenstel van preventieve, preparatieve en repressieve voorzieningen) en arbeidsmiddelen.

In de PGS 31 beschrijft men de stand der techniek voor de drukloze opslag van gevaarlijke vloeibare stoffen in tankinstallaties (stationair of niet-stationair), al dan niet met afleverinstallatie, met een opslagtank van 0,30 m3 t/m 150 m3 inhoud. Onderwerpen die daarbij aan bod komen zijn het ontwerpen, bouwen, gebruiken (in werking hebben), onderhouden en inspecteren/herclassificeren van installaties.

De PGS 31 heeft nog geen formele status. Desondanks kan deze toch al worden toegepast bij vergunningverlening. Pas wanneer de PGS 31 in de bijlage bij de Regeling omgevingsrecht is opgenomen als Nederlands BBT-document (Best Beschikbare Techniek) én hiernaar verwezen wordt in uw omgevingsvergunning milieu, wordt de formele status bereikt.
Indien uw inrichting niet vergunningplichtig is, maar onder de algemene regels van het Activiteitenbesluit valt, is de PGS 31 formeel van toepassing vanaf het moment dat deze is opgenomen in de Activiteitenregeling.

X